Anja van der Linden (1965) - Keramiek

Voor mij is het mooie van keramiek haar veelzijdigheid en ongrijpbaarheid.

Veelzijdig omdat het driedimensionaal is, je structuur en kleur kunt aanbrengen via de keuze van de klei, wat je met de klei doet, maar ook via pigmenten en glazuren, de stooktechniek, enzovoort.

Ongrijpbaar omdat keramiek vaak niet doet wat je wilt. Het object kan gaan vervormen in de oven, glazuren kunnen gaan druipen of heel anders uitpakken dan verwacht. Overigens: een onverwacht resultaat hoeft niet altijd negatief te zijn, soms ontstaan er verrassend positieve effecten.

Zoals zoveel keramisten haal ik de inspiratie voor veel van mijn werk uit de natuur. Als basis neem ik bijvoorbeeld een uitgebloeide papaverbol, een kastanje of schelp. Door de structuur van zo’n voorwerp te onderzoeken en uitvergroot na te bouwen in klei, wordt benadrukt hoe knap de natuur is. Als afwerking kies ik vaak voor hoog gestookte glazuren. In eerste instantie lijken die misschien grauw, bruin, beige, niets bijzonders. Maar schijn bedriegt. Een tweede blik geeft de meerkleurigheid en structuur van de huid te zien. En dit verveelt nooit.

Creatief bezig zijn doe ik al bijna mijn hele leven. Ik ben begonnen allerlei handwerktechnieken, van zelf truien breien, kleren naaien tot schilderijen borduren of haken. Later ben ik verder gegaan met tekenen, schilderen en gemengde technieken. Sinds 2003 ben ik verslingerd aan het werken met keramiek. Dit heb ik geleerd bij Joke Kramer en verder ontwikkeld bij Yves de Block op de werkplaats keramiek van het Koorenhuis te Den Haag.